Mijn taalverhaal
Het Nederlands is niet mijn eerste taal. Dat is namelijk het Engels. Ik vind het best wel cool dat Nederlands niet mijn eerste taal is, maar toch had ik liever een moeilijkere taal gehad als moedertaal, net zoals mijn ouders. Toen ik klein was, spraken ze allebei met me in een andere taal. Ik begreep wel wat ze zeiden, maar zelf praatte ik nooit. Daarom begonnen ze Engels met me te spreken, aangezien ze altijd Engels praatten met elkaar. Zo ben ik dus opgegroeid met Engels als moedertaal.
Later begon ik ook Chinees te leren (ben zelfs voor vijf jaar naar een school gegaan waar je Chinees leert), maar ik ben er tot nu toe nog steeds niet zo heel vloeiend in. Niet zoals mijn moeder. Ik versta de basis wel. Soms kan ik iemand begrijpen, maar weet ik niet hoe ik moet antwoorden op de vraag die aan me gesteld wordt. Ik hoop dat ik binnenkort vloeiend Chinees kan spreken.
Pas later, in het tweede middelbaar, toonde ik interesse in de moedertaal van mijn vader, namelijk het Urdu. Het is ook geen makkelijke taal, maar na een hele tijd begon ik de grammaticale structuur beter te snappen. Ik ben daar nog steeds niet zo vloeiend in, maar dat zal nog komen.
Natuurlijk leer ik ook Frans op school, dus ik bezit een goede basiswoordenschat, maar natuurlijk moet ik nog heel wat leren.
Het taalonderwijs vind ik op zichzelf niet slecht. Ik denk dat het een goed idee is dat we vreemde talen op school kunnen leren, zoals het Frans en het Engels. Wat ik wel tof zou vinden, is dat we bijvoorbeeld zelf zouden kunnen kiezen tussen verschillende talen om te leren, zoals het Duits en het Spaans. Misschien zelfs wel de moeilijkere talen, zoals het Chinees en het Arabisch.
Een schoolopdracht die ik me goed kan herinneren is een uit het zesde leerjaar, intussen al lang geleden. We moesten een verhaaltje schrijven. We kregen een aantal keuzes waarover we moesten schrijven. Ik koos ervoor om te schrijven over iemand die al heel lang niet naar school is gegaan, en dat zijn klasgenoten begonnen te fantaseren over waarom hij zo lang afwezig is. Ik schreef een volle pagina (ik moest zelfs een extra blaadje toevoegen, omdat niet alles in mijn werkschrift paste) en de lerares vond mijn verhaal goed.
Ik denk dat dat de eerste keer was dat ik een verhaal schreef. Eind eerste middelbaar begon ik het vaker te doen.
Tijdens de les Latijn leren we ook soms nieuwe Nederlandse woorden, zoals 'eega' en 'deerniswekkend'. Ik weet nog dat ik voor dat laatste haar moest vragen, wat het eigenlijk betekende. Ik voelde me een beetje dom op dat moment, maar liever dom voor een minuutje dan helemaal niet weten wat dat woord betekent.